- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- CARPINUS BETULUS
- Loofbomen
Gewone haagbeuk als boom en haagplant
De gewone haagbeuk (Carpinus betulus) groeit uit tot een dicht vertakte boom met een aanvankelijk kegelvormige en later breed eironde tot ronde kroon. Zonder snoei kan hij ongeveer 15 tot 20 meter hoog en circa 10 meter breed worden. Door zijn sterke hergroei en goede snoeitolerantie is dezelfde soort ook geschikt voor dichte hagen, leivormen en vormsnoei.
Het scherp gezaagde blad loopt frisgroen uit en verkleurt in de herfst goudgeel. Bij jaarlijks gesnoeide hagen blijft een deel van het verdroogde, bruine blad doorgaans tot diep in de winter hangen. De haag blijft daardoor langer gesloten, al is Carpinus betulus botanisch een bladverliezende soort. In april en mei verschijnen onopvallende katjes, gevolgd door kleine nootjes in losse, hangende vruchtkatjes.
Standplaats en bodem
Haagbeuk groeit in zon, halfschaduw en schaduw. Hij stelt weinig eisen aan de grondsoort, maar ontwikkelt zich het best in een vochthoudende en voldoende doorlatende bodem, bij voorkeur met leem. Zowel tijdelijk natte omstandigheden als drogere perioden worden verdragen, al blijft water geven belangrijk tijdens de eerste jaren en bij langdurige droogte.
De soort is goed winterhard in België en verdraagt wind. De wortels groeien tamelijk oppervlakkig. Houd daarom bij vrijgroeiende bomen voldoende afstand tot verhardingen en voorkom langdurige bodemverdichting rond de stam.
Bij een jaarlijks gesnoeide haag blijft doorgaans een deel van het verdroogde, bruine blad tot diep in de winter aan de takken hangen. De hoeveelheid hangt af van de standplaats, het weer en de snoeiwijze. Bij vrijgroeiende bomen valt het blad meestal eerder af. Haagbeuk is dus niet wintergroen, maar een gesnoeide haag biedt tijdens de winter vaak meer beschutting en afscherming dan veel andere bladverliezende hagen.
Een vrijgroeiende Carpinus betulus kan in geschikte omstandigheden ongeveer 15 tot 20 meter hoog worden. De kroon wordt op latere leeftijd breed eirond tot rond en kan circa 10 meter breed worden. Voor een solitaire boom is daarom voldoende bovengrondse ruimte nodig. Als haag, leivorm of vormboom blijft de plant door regelmatige snoei veel kleiner. De uiteindelijke afmetingen hangen steeds mee af van de bodem, standplaats en beschikbare wortelruimte.
Ja, een goed ingewortelde haagbeuk verdraagt zowel drogere perioden als kortdurend natte omstandigheden. De beste groei wordt bereikt op een vochthoudende maar doorlatende bodem. Langdurig stagnerend water en sterk verdichte grond zijn minder geschikt. Op droge zandgrond is regelmatig water geven vooral tijdens de eerste jaren belangrijk. Eenmaal gevestigd kan de soort tijdelijke zomerdroogte beter verdragen, maar bij aanhoudende droogte blijft extra water aangewezen.
Voor een strakke haag volstaan doorgaans één tot twee snoeibeurten per jaar. Een eerste snoei gebeurt meestal rond het begin van de zomer; een eventuele tweede snoei volgt later in het groeiseizoen. Regelmatig snoeien bevordert de fijne vertakking en houdt de haag dicht. Laat de onderzijde iets breder dan de bovenzijde, zodat ook de onderste takken voldoende licht ontvangen. Oude haagbeukhagen verdragen doorgaans ook een stevigere verjongingssnoei.
Bij een vrijgroeiende boom is voldoende afstand tot bestrating aan te raden. Carpinus betulus wortelt tamelijk oppervlakkig en groeit minder goed in sterk verdichte of volledig verharde grond. Beperkte wortelruimte kan bovendien de droogtegevoeligheid vergroten. Voor een haag langs een oprit of pad is de soort wel bruikbaar wanneer naast de verharding voldoende open, doorwortelbare bodem aanwezig blijft. Vermijd grondwerken die belangrijke wortels beschadigen.