- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- BUXUS SEMPERVIRENS
- Bladhoudend
Buxus (Buxus sempervirens), ook palmboompje genoemd, vormt een dicht vertakte, wintergroene heester met kleine, leerachtige bladeren. De trage groei en goede snoeitolerantie maken de soort geschikt voor lage hagen, vakbeplanting en geometrische snoeivormen.
De plant groeit in zon, halfschaduw en schaduw. Een humusrijke, voldoende voedselrijke bodem met een goede afwatering geeft de beste resultaten. Langdurig natte grond verhoogt de kans op wortelproblemen, terwijl jonge en pas aangeplante exemplaren tijdens droge perioden extra water nodig hebben.
Regelmatige, lichte snoei houdt een haag of snoeivorm compact. Snoei bij voorkeur bij bewolkt, droog weer, zodat pas blootgesteld blad niet verbrandt. Een sterke terugsnoei tot diep in kaal hout wordt beter vermeden, omdat het herstel traag kan verlopen.
Aandachtspunt: buxus kan worden aangetast door de rupsen van de buxusmot en door buxusschimmel. Controleer vooral van het voorjaar tot het najaar regelmatig het binnenste van de plant. Vroege herkenning beperkt de schade en maakt een gerichte behandeling eenvoudiger.
Ja. De dichte vertakking, kleine bladeren en goede snoeitolerantie maken buxus geschikt voor lage, strak geknipte hagen. Door de trage groei blijft de vorm relatief lang behouden, maar het duurt ook langer voordat een jonge haag volledig dichtgroeit. Knip de zijkanten bij voorkeur licht taps, met een iets bredere basis. Zo krijgt ook het onderste deel voldoende licht en blijft de haag onderaan beter gesloten. Controleer tijdens het snoeien meteen op rupsen, spinsels en afgestorven twijgen.
Ja. Buxus verdraagt zowel zon als halfschaduw en schaduw. In diepe schaduw kan de groei losser en trager worden, vooral wanneer de standplaats ook droog is door concurrentie van bomen of grote struiken. Op zonnige plaatsen moet de bodem tijdens warme, droge perioden voldoende vochtig blijven. Een plek met halfschaduw en een gelijkmatig vochthoudende, goed doorlatende bodem biedt doorgaans de meest evenwichtige groei. Vermijd in alle gevallen grond waarin na regen langdurig water blijft staan.
Buxus wordt doorgaans in het late voorjaar of de vroege zomer gesnoeid. Voor een strakke haag of snoeivorm kan later in de zomer nog een lichte correctiesnoei volgen. Kies een bewolkte, droge dag en vermijd snoei tijdens vorst, felle zon of langdurige hitte. Gebruik scherp en schoon gereedschap, zodat de kleine bladeren zo weinig mogelijk worden gekneusd. Regelmatig licht knippen geeft een dichter resultaat dan sporadisch zeer sterk terugsnoeien. Geef na de snoei water wanneer de bodem droog is.
Een aantasting door buxusmot begint vaak binnen in de plant en valt daardoor niet onmiddellijk op. Let op aangevreten bladeren, groene uitwerpselen, fijne spinsels en groen met zwart getekende rupsen. Bij een zware aantasting kunnen volledige delen kaal worden. Controleer de planten daarom vanaf het voorjaar geregeld door de takken voorzichtig uiteen te duwen. Vroege vaststelling maakt het mogelijk om rupsen handmatig te verwijderen of gericht te behandelen. Blijf na een eerste aantasting controleren, omdat in één groeiseizoen meerdere generaties kunnen voorkomen.
Bruin blad kan verschillende oorzaken hebben. Droogte, langdurig natte grond, winterse uitdroging en bladverbranding na snoei zijn mogelijke verklaringen. Kale twijgen met snel uitbreidende blad- en taksterfte kunnen ook op buxusschimmel wijzen. Controleer daarnaast altijd op rupsen en spinsels van de buxusmot. Verwijder duidelijk aangetast materiaal, houd afgevallen blad uit de plant en vermijd langdurig nat blad. Omdat de symptomen op elkaar kunnen lijken, is een juiste beoordeling belangrijk voordat een behandeling wordt gekozen.