- Alle Produkte
- BROUSSONETIA PAPYRIFERA
- Alle Produkte
Variabel blad en brede groei
Papiermoerbei (Broussonetia papyrifera) groeit uit tot een middelgrote boom met een brede, vrij open kroon. Het grote, grijsgroene blad voelt aan de bovenzijde ruw aan en is onderaan zacht behaard. De bladvorm kan zelfs binnen één plant sterk verschillen. Vooral jonge, krachtig groeiende scheuten dragen vaak diep gelobde bladeren, terwijl ouder hout eerder eironde tot hartvormige bladeren vormt.
De soort is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op afzonderlijke bomen. Mannelijke exemplaren vormen langwerpige katjes, terwijl de vrouwelijke bloemen in bolvormige hoofdjes staan. Alleen een vrouwelijk exemplaar kan na bestuiving oranjerode vruchtverbanden ontwikkelen.
Standplaats in België
Broussonetia papyrifera groeit het best op een zonnige, warme en tegen koude wind beschutte plaats. Een voedselrijke, goed doorlatende bodem is aangewezen. Een ingewortelde boom verdraagt tijdelijk drogere omstandigheden, maar natte en koude grond verhoogt het risico op vorst- en wortelschade.
De winterhardheid is voor België een aandachtspunt. Op zachte, beschutte locaties kan de boom standhouden, maar jonge scheuten en takken kunnen tijdens strengere winters invriezen. Een open, winderige standplaats is daarom ongeschikt.
Wettelijke beperking
Broussonetia papyrifera staat sinds 7 augustus 2025 op de Europese Unielijst van invasieve uitheemse soorten. Daardoor gelden beperkingen voor onder meer het houden, kweken, vervoeren, verhandelen en aanplanten van deze soort. Eventuele overgangsbepalingen voor bestaande handelsvoorraden zijn strikt en tijdsgebonden.
Niet als reguliere nieuwe tuinplant. Broussonetia papyrifera staat sinds 7 augustus 2025 op de Europese Unielijst van invasieve uitheemse soorten. Daardoor gelden beperkingen voor onder meer het houden, kweken, vervoeren, verhandelen en uitzetten van de soort. Eventuele overgangsbepalingen voor bestaande handelsvoorraden zijn strikt en tijdsgebonden. Wie al een exemplaar bezit of professioneel met de soort werkt, moet de actuele Belgische uitvoeringsregels volgen en verdere verspreiding via zaad, wortelopslag of plantenresten voorkomen.
De winterhardheid is beperkt in vergelijking met veel gangbare loofbomen. Op een warme, zonnige en beschutte standplaats kan de papiermoerbei in zachte delen van België standhouden. Jonge planten en niet volledig afgerijpte scheuten kunnen tijdens strengere vorstperiodes beschadigd raken. Koude wind en langdurig natte wintergrond vergroten dat risico. Door deze gevoeligheid is de soort niet geschikt voor open, winderige locaties of uitgesproken vorstgevoelige standplaatsen.
De sterk wisselende bladvorm is kenmerkend voor de papiermoerbei. Krachtige jonge scheuten dragen vaak diep ingesneden of drielobbige bladeren, terwijl bladeren op ouder hout meestal minder gelobd en eerder eirond tot hartvormig zijn. Beide vormen kunnen tegelijk op dezelfde boom en zelfs aan dezelfde tak voorkomen. De bladeren zijn doorgaans groot, fijn getand en aan de bovenzijde opvallend ruw. De onderzijde is zachter en behaard.
Nee. Broussonetia papyrifera is tweehuizig, wat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op afzonderlijke bomen voorkomen. Alleen vrouwelijke exemplaren kunnen vruchtverbanden vormen, en daarvoor is bestuiving door een mannelijk exemplaar nodig. Zonder bekende herkomst of geslachtsselectie is vooraf niet zeker of een jonge boom mannelijk of vrouwelijk is. Vruchtvorming mag daarom niet als vaste eigenschap van ieder aangeboden exemplaar worden beschouwd.
De papiermoerbei vraagt een zonnige, warme en beschutte standplaats. Een voedselrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar overtollig water snel afvoert, ondersteunt de beste groei. Een goed ingewortelde boom kan tijdelijke droogte verdragen, maar langdurig natte wintergrond is ongunstig. Vermijd vooral koude wind, open terrein en plekken waar vorst lang blijft hangen. Deze standplaatseisen zijn in België belangrijker dan in warmere klimaatzones.