- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- BETULA PENDULA 'YOUNGII' HALBSTAM
- Loofbomen
De prieelberk (Betula pendula 'Youngii') vormt een brede treurkroon met grillig groeiende hoofdtakken en fijnere twijgen die sterk naar beneden hangen. Bij deze halfstam begint de kroon op een stamhoogte van 1,20 tot 1,30 m. Die stamhoogte blijft behouden, terwijl de kroon verder in hoogte en vooral in breedte uitgroeit.
Het groene, getande blad krijgt in de herfst een gele verkleuring. In april verschijnen hangende katjes. Na de bladval blijft de karakteristieke kroonstructuur goed zichtbaar.
Deze cultivar groeit het best in de zon tot halfschaduw, op een goed doorlatende bodem die niet langdurig nat blijft. Een gevestigde boom verdraagt tijdelijke droogte, maar jonge aanplant vraagt tijdens droge perioden extra water. Het oppervlakkige, sterk vertakte wortelstelsel maakt bodembewerking onder de kroon minder wenselijk.
Door zijn brede treurvorm wordt 'Youngii' hoofdzakelijk als solitaire boom gebruikt. Voorzie voldoende ruimte rond de kroon, want afhangende takken kunnen uiteindelijk tot dicht bij de grond reiken. Snoei is doorgaans beperkt tot het verwijderen van beschadigde, kruisende of te laag hangende takken.
Ja. De kroon is geënt op een stam van 1,20 tot 1,30 m, waardoor het beginpunt van de kroon niet verder omhoog groeit. De stam wordt wel dikker en de kroon neemt verder toe in omvang. Takken kunnen vanuit de entplaats eerst zijwaarts of gebogen omhoog groeien en daarna afhangen. De totale boomhoogte kan dus nog toenemen, ook al verandert de eigenlijke stamhoogte niet.
Dat kan, op voorwaarde dat er voldoende breedte beschikbaar is. 'Youngii' blijft lager dan veel gewone berken, maar vormt van nature een brede treurkroon. De afhangende takken nemen op termijn veel zijwaartse ruimte in en kunnen tot bij de grond reiken. Plaats de boom daarom niet vlak naast een pad, gevel of terras. Regelmatig sterk terugsnoeien om hem smal te houden doet afbreuk aan de natuurlijke kroonvorm.
Snoei een prieelberk zo weinig mogelijk. Verwijder alleen beschadigde, kruisende of hinderlijk laag hangende takken en voer noodzakelijke correcties bij voorkeur in de zomer uit. Snoei in de late winter en het vroege voorjaar wordt afgeraden, omdat berken dan sterk kunnen bloeden door de actieve sapstroom. Grote snoeiwonden herstellen minder gemakkelijk; een goede plaatskeuze voorkomt dat de brede kroon later ingrijpend moet worden verkleind.
De kroon groeit duidelijk breder dan de vaste stamhoogte doet vermoeden en kan op termijn meerdere meters breed worden. De precieze omvang hangt af van standplaats, bodem en snoei. Houd rondom de boom voldoende vrije ruimte zodat de afhangende takken zich natuurlijk kunnen ontwikkelen. Wie onder de kroon wil lopen, moet de laagste takken geleidelijk begeleiden of beperkt opkronen zonder de kenmerkende treurvorm weg te snoeien.
Een goed ingewortelde prieelberk verdraagt tijdelijke droogte, mits de bodem voldoende doorlatend is. Op zeer droge zandgrond kunnen jonge bomen tijdens warme perioden echter snel vocht tekortkomen. Geef de eerste jaren diep en gericht water wanneer langdurige regen uitblijft. Langdurig natte, slecht doorlatende grond is evenmin geschikt. Een bodem die matig vochthoudend is maar overtollig water vlot afvoert, biedt de beste uitgangspositie.