- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Varens
- ATHYRIUM FILIX-FEMINA 'VICTORIAE'
- Varens
Wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) 'Victoriae' onderscheidt zich door de bijzondere structuur van zijn varenbladeren. De fijn verdeelde bladslippen vertakken zich op regelmatige plaatsen en vormen daardoor een reeks kleine kruisvormige patronen. Het frisgroene loof geeft de plant een luchtige maar duidelijk opgaande vorm.
De cultivar vormt geleidelijk een brede pol en wordt onder goede omstandigheden doorgaans 60 tot 90 cm hoog. Een afzonderlijke plant krijgt best voldoende ruimte, zodat de afwijkende bladstructuur goed zichtbaar blijft.
'Victoriae' groeit het best in halfschaduw of schaduw, op een humusrijke en gelijkmatig vochtige bodem. Langdurig droge grond en een sterk winderige standplaats zijn minder geschikt: de dunne varenbladeren kunnen daar sneller uitdrogen. Vooral tijdens het eerste groeiseizoen is regelmatig water geven belangrijk.
Het loof is bladverliezend en verkleurt na de eerste nachtvorst snel bruin. Laat de oude varenbladeren tijdens de winter staan en verwijder ze pas aan het einde van de winter, kort voordat de nieuwe groei begint.
'Victoriae' heeft een afwijkende bladstructuur die bij gewone wijfjesvarens niet voorkomt. De fijn verdeelde bladslippen vertakken zich op regelmatige plaatsen, waardoor langs het varenblad kleine kruisvormige patronen ontstaan. Dit geometrische effect is vooral goed zichtbaar wanneer de plant afzonderlijk staat en voldoende ruimte krijgt. De frisgroene, opgaande varenbladeren vormen na verloop van tijd een brede pol.
Droge schaduw is niet de beste standplaats voor deze cultivar. 'Victoriae' verkiest een humusrijke bodem die tijdens het groeiseizoen gelijkmatig vochtig blijft, maar niet langdurig onder water staat. Onder bomen kan extra water nodig zijn omdat boomwortels veel vocht opnemen. Een laag bladcompost helpt om het humusgehalte te verhogen en de bodem minder snel te laten uitdrogen.
Nee, deze wijfjesvaren is bladverliezend. Het loof verkleurt na de eerste nachtvorst doorgaans snel bruin en droogt vervolgens in. Dat is een normaal onderdeel van de winterrust en wijst niet op schade aan de plant. De wortelstok overwintert in de bodem en vormt in het voorjaar nieuwe varenbladeren. Laat het afgestorven loof bij voorkeur tot het einde van de winter staan.
Verwijder de oude varenbladeren aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar, voordat de nieuwe bladeren zich ontrollen. Knip het verdroogde loof voorzichtig dicht bij de grond af zonder de jonge groeipunten te beschadigen. Het oude blad mag tijdens de winter blijven staan: het beschermt de basis van de plant en maakt de standplaats zichtbaar zolang de varen in rust is.
Een open, sterk winderige plaats wordt beter vermeden. De fijn verdeelde varenbladeren zijn relatief teer en kunnen door droge wind sneller vocht verliezen of beschadigd raken. Kies bij voorkeur een beschutte plaats in halfschaduw of schaduw, bijvoorbeeld tussen heesters of in een vochtige onderbeplanting. Ook op een beschutte standplaats blijft voldoende bodemvocht belangrijk tijdens droge perioden.