- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ASTILBE CHINENSIS 'PURPURKERZE'
- Vaste planten
Pluimspirea (Astilbe chinensis 'Purpurkerze') onderscheidt zich door haar late bloei en diep purperroze bloemaren. De bloemen verschijnen hoofdzakelijk in augustus en september, wanneer veel andere schaduwplanten al uitgebloeid zijn. De opgaande bloeiwijzen steken duidelijk boven het groene, fijn verdeelde blad uit.
Deze vaste plant bereikt doorgaans een hoogte van ongeveer 75 tot 100 cm. Ze is geschikt voor een plaats in de halfschaduw, bijvoorbeeld aan een open bosrand of tussen hogere struiken. In een border komt de cultivar het best tot zijn recht in een kleine groep.
De bodem moet voedselrijk en voldoende vochthoudend zijn. Vooral tijdens droge zomerperioden mag de grond niet langdurig uitdrogen. Een standplaats bij een vijver is mogelijk zolang de wortels niet voortdurend in stilstaand water staan. Het blad verdwijnt in de winter; de plant loopt in het voorjaar opnieuw uit.
Een plaats in de halfschaduw is doorgaans geschikter. Enkele uren ochtend- of avondzon worden goed verdragen wanneer de bodem voldoende vochtig blijft. In volle middagzon droogt de grond sneller uit en neemt de kans op bruine bladranden toe. Op een zonnigere plaats is daarom een humusrijke, goed vochthoudende bodem en extra water tijdens droge perioden nodig.
Bruine bladranden ontstaan bij pluimspirea meestal door een te droge bodem, vooral tijdens warme of winderige perioden. Geef water voordat de grond volledig uitdroogt en breng een laag compost of organische mulch rond de plant aan. Vermijd een hete standplaats tegen een zuidmuur. Bladeren die al verdroogd zijn, herstellen niet meer, maar bij een gelijkmatig vochtige bodem blijft nieuwe groei doorgaans gezond.
De afgestorven stengels kunnen in het late najaar worden verwijderd, maar ze mogen ook tot het einde van de winter blijven staan. Knip ze vóór de nieuwe voorjaarsgroei terug tot enkele centimeters boven de grond. Snoei niet in de jonge scheuten. Tijdens de zomer is snoei niet nodig; uitgebloeide bloemaren verwijderen is alleen een esthetische keuze.
Ja. Oudere pollen kunnen in het voorjaar of de vroege herfst worden opgenomen en gedeeld. Snijd de wortelkluit in enkele stevige delen die elk voldoende wortels en groeipunten hebben. Plant deze delen onmiddellijk opnieuw in vochtige, voedselrijke grond en geef ruim water. Delen is vooral nuttig wanneer een oude pol minder krachtig groeit of wanneer meerdere planten gewenst zijn.
Houd voor een gesloten beplanting ongeveer 35 tot 40 cm afstand tussen de planten. Dat komt neer op circa zeven planten per vierkante meter. Met een ruimere afstand blijven de afzonderlijke pollen langer zichtbaar en duurt het langer voordat de bodem bedekt is. Houd bij het planten rekening met voldoende lucht en ruimte rondom naburige vaste planten, zonder de bodem onnodig open te laten uitdrogen.