- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ASTER TATARICUS 'JINDAI'
- Vaste planten
Tataarse aster (Aster tataricus 'Jindai') vormt een opgaande pol van ongeveer 1,20 m hoog en circa 50 cm breed. De stevige stengels dragen kleine lilablauwe bloemhoofdjes met een opvallend geel hart. De bloei begint doorgaans in september en houdt in oktober aan; bij zacht herfstweer kunnen ook in november nog bloemen verschijnen.
'Jindai' groeit het best in de zon of lichte halfschaduw, op een voedselrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar niet langdurig nat blijft. Een zonnige plaats ondersteunt een rijke bloei. De stengels blijven doorgaans goed rechtop, al is beschutting tegen harde wind aangewezen om omvallen te voorkomen.
Deze vaste plant komt vooral tot zijn recht achteraan in een border of tussen andere hoge, laatbloeiende vaste planten en siergrassen. De late bloemen worden bezocht door insecten wanneer het aanbod in de tuin al afneemt.
Knip de afgestorven stengels aan het einde van de winter terug. Een oudere pol kan om de drie tot vier jaar worden gedeeld wanneer de groei of bloei begint af te nemen.
Aster tataricus 'Jindai' wordt in Belgische tuinen doorgaans ongeveer 1,20 m hoog en circa 50 cm breed. De uiteindelijke afmetingen hangen mee af van bodem, vochtvoorziening en licht. Op een voedselrijke, vochthoudende bodem kan de plant krachtiger uitgroeien dan op droge of arme grond. Door zijn hoogte staat hij het best achteraan in een border. Houd bij het aanplanten voldoende ruimte vrij, zodat de stengels licht en lucht krijgen en de pol zich zonder sterke concurrentie kan ontwikkelen.
De stengels van 'Jindai' zijn doorgaans stevig en hebben op een beschutte standplaats meestal geen steun nodig. Op een open plaats met veel wind of bij zeer voedselrijke groei kunnen de lange bloeistengels toch uiteenwijken of omvallen. Plant hem daarom bij voorkeur uit de zwaarste wind. Indien nodig kan vroeg in het seizoen een onopvallende plantensteun worden geplaatst. Die ondersteunt de pol zonder dat de natuurlijke, opgaande groei verloren gaat.
Ja, 'Jindai' verdraagt lichte halfschaduw. Voor de rijkste bloei krijgt hij bij voorkeur meerdere uren direct zonlicht per dag. In diepere schaduw kunnen de stengels langer en minder stevig worden en neemt het aantal bloemen doorgaans af. Een plaats met ochtend- of namiddagzon is daarom geschikter dan een donkere standplaats onder dicht vertakte bomen. Zorg in halfschaduw eveneens voor een bodem die voldoende vochthoudend is, zonder langdurig nat te blijven.
Knip de afgestorven stengels bij voorkeur aan het einde van de winter tot kort boven de grond terug. Zo blijven de droge stengels tijdens de winter nog aanwezig in de border en worden jonge scheuten niet voortijdig blootgesteld. Uitgebloeide bloemen mogen eerder verwijderd worden wanneer uitzaai of een rommelig winterbeeld ongewenst is. Gebruik schoon snoeigereedschap en let bij het terugknippen op de nieuwe scheuten die vanaf de basis verschijnen.
Een volgroeide pol kan ongeveer om de drie tot vier jaar worden gedeeld wanneer de groei minder krachtig wordt of de bloei terugloopt. Doe dit bij voorkeur in het voorjaar, zodra de nieuwe scheuten zichtbaar worden, of vroeg in het najaar wanneer de bodem nog warm en voldoende vochtig is. Graaf de pol uit, verwijder verouderde delen en plant gezonde buitenstukken opnieuw in voorbereide grond. Geef na het herplanten voldoende water totdat de gedeelde planten opnieuw ingeworteld zijn.