- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ASTER NOVI-BELGII 'BLÜTENMEER'
- Vaste planten
Nieuw-Nederlandse aster (Aster novi-belgii 'Blütenmeer') bloeit in september en oktober met talrijke lichtpaarse tot lilablauwe bloemen. De late bloei levert nectar en stuifmeel wanneer het aanbod van veel andere vaste planten al afneemt.
Plant deze herfstaster bij voorkeur in de volle zon, in voedzame tuingrond die voldoende vochthoudend maar goed doorlatend is. Een open standplaats met voldoende luchtcirculatie helpt om meeldauw te beperken. Langdurige droogte en een besloten, vochtige ligging zijn minder geschikt.
Op voedselrijke grond kunnen de bloemstengels hoog worden en steun vragen. Terugknippen of toppen rond eind juni tot begin juli bevordert een steviger vertakte plant, maar kan de bloei iets verlaten. Deel oudere pollen wanneer de groeikracht en bloeirijkheid teruglopen.
Nieuw-Nederlandse asters kunnen gevoelig zijn voor meeldauw, vooral wanneer het blad lang vochtig blijft of de planten dicht opeen staan. Kies daarom een zonnige, luchtige standplaats en houd voldoende ruimte tussen de planten. Voorkom zowel langdurige droogte als natte, slecht doorlatende grond, omdat verzwakte planten sneller worden aangetast. Geef bij droog weer water aan de voet en maak het blad zo weinig mogelijk nat. Aangetaste plantendelen kunnen na de bloei worden verwijderd.
Dat hangt af van de bodem en de standplaats. Op voedselrijke of beschaduwde grond kunnen de stengels langer en minder stevig worden, waardoor steun nuttig is. De plant rond eind juni tot begin juli terugsnoeien of toppen geeft doorgaans een lager en sterker vertakt gewas met meer korte bloemstengels. De bloei kan hierdoor iets later beginnen. Op een zonnige plaats met een evenwichtige bemesting blijft de groei meestal steviger dan op sterk bemeste grond.
Lichte halfschaduw wordt doorgaans verdragen, maar een zonnige standplaats geeft de rijkste bloei en stevigste groei. Bij te weinig licht kunnen de stengels langer worden en gemakkelijker openvallen. Ook droogt het blad er trager op, wat de kans op meeldauw kan verhogen. Kies in halfschaduw daarom een open plaats met voldoende luchtcirculatie en vermijd concurrentie van grote bomen of struiken. Een bodem die gelijkmatig vochtig blijft zonder nat te worden, ondersteunt een gezonde groei.
Deze herfstaster vormt na verloop van tijd een bredere pol en kan zich via korte ondergrondse uitlopers uitbreiden. Dat maakt hem geschikt voor een groep in een ruime border, maar naast zwak groeiende vaste planten kan begrenzing nodig zijn. Steek ongewenste uitlopers in het voorjaar af. Oudere pollen kunnen tegelijk worden opgenomen en gedeeld. Herplant vooral de jonge, krachtige buitenste delen; zo blijft de plant doorgaans groeikrachtig en rijkbloeiend.
Delen gebeurt bij voorkeur in het voorjaar, zodra de nieuwe scheuten zichtbaar worden. Neem de pol op, verwijder het oudere hart en herplant de krachtige buitenste delen in verbeterde, goed doorlatende tuingrond. Delen is vooral nuttig wanneer de pol van binnen kaal wordt, minder rijk bloeit of te breed uitgroeit. Geef na het herplanten voldoende water totdat de wortels opnieuw zijn aangeslagen. Regelmatig delen helpt bovendien om een te dicht gewas, waarin meeldauw gemakkelijker voorkomt, te vermijden.