- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ASTER ERICOIDES 'GOLDEN SPRAY'
- Vaste planten
Fijn vertakte herfstaster
Heideaster (Aster ericoides 'Golden Spray') vormt een dichte pol met fijne bladeren en luchtig vertakte stengels. In september en oktober verschijnen talrijke kleine, roomwitte bloemen met een goudgeel hart. De bloeiwijzen staan als losse, licht overhangende pluimen boven het smalle blad. De plant wordt doorgaans ongeveer 80 tot 100 cm hoog.
'Golden Spray' groeit het best in de zon, maar verdraagt ook halfschaduw. Een goed doorlatende bodem is belangrijk, vooral tijdens de winter. Eenmaal ingeworteld kan de plant tijdelijke droogte verdragen; langdurig natte, zware grond is minder geschikt.
De bloemen worden in het najaar bezocht door bijen en andere insecten. Laat de afgestorven stengels desgewenst tijdens de winter staan en knip ze aan het einde van de winter terug. Oudere pollen kunnen in het voorjaar gedeeld worden wanneer ze te breed worden of minder rijk beginnen te bloeien.
Meestal niet wanneer de plant voldoende zon krijgt en niet te voedselrijk staat. Op sterk bemeste grond kunnen de stengels langer en slapper worden, waardoor de bloemrijke uiteinden gaan overhangen. Ook een erg beschaduwde standplaats bevordert een lossere groei. Een open plantensteun kan dan nuttig zijn. In een zonnige border met matig voedselrijke, goed doorlatende grond blijft de pol doorgaans compacter. Het licht overhangen van de fijn vertakte bloemstengels is gedeeltelijk eigen aan de groeiwijze en hoeft niet altijd gecorrigeerd te worden.
Ja, deze heideaster verdraagt tijdelijke droogte zodra hij goed is ingeworteld. Een doorlatende zand- of leembodem is daarom geschikt, zolang jonge planten tijdens langdurig droge perioden voldoende water krijgen. Een permanent kurkdroge bodem kan de groei en bloei beperken. Zware grond die in de winter lang nat blijft, is ongunstiger dan een tijdelijk droge standplaats. Verbeter compacte grond voor het planten en zorg dat overtollig water vlot kan wegtrekken.
De beste periode om een oudere pol te delen is het vroege voorjaar, zodra de nieuwe groei begint. Graaf de plant uit, verdeel de wortelkluit in enkele stevige delen en plant vooral de vitale buitenste stukken opnieuw. Delen is nuttig wanneer de pol te breed wordt of vanuit het midden minder krachtig groeit. Geef de herplante delen voldoende water totdat ze opnieuw geworteld zijn. Jaarlijks delen is niet nodig; doe dit alleen wanneer de ontwikkeling van de plant daar aanleiding toe geeft.
Knip de afgestorven stengels aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar tot kort boven de grond terug. De plant loopt daarna opnieuw vanuit de basis uit. De stengels mogen tijdens de winter blijven staan als structuur in de border en als beschutting voor kleine dieren. Wie een netter winterbeeld verkiest, kan ze ook na de bloei verwijderen. Snoei niet in de zomer, omdat de bloemknoppen zich dan op de groei van hetzelfde seizoen ontwikkelen.
De talrijke kleine bloemhoofdjes leveren in september en oktober voedsel aan bijen en andere bloembezoekende insecten. Dat maakt deze cultivar vooral nuttig als aanvulling op planten die eerder in het seizoen bloeien. De waarde is het grootst op een zonnige standplaats, waar de bloemen doorgaans rijker openen en gemakkelijker door insecten worden bezocht. Combineer hem bij voorkeur met andere najaarsbloeiers om gedurende een langere periode nectar en stuifmeel beschikbaar te houden.