Witte bijvoet (Artemisia lactiflora 'Guizhou') vormt een stevige, opgaande pol van ongeveer 1 tot 1,5 meter hoog. De purperen stengels dragen diep ingesneden, aromatisch blad. Bij het uitlopen is het blad purper getint; tijdens het groeiseizoen wordt het overwegend donkergroen.
In de late zomer verschijnen losse pluimen met kleine, crèmewitte bloemhoofdjes. De luchtige bloei contrasteert duidelijk met de donkere stengels en maakt de plant geschikt voor een plaats achteraan in een vasteplantenborder. De bloempluimen kunnen ook als snijbloem worden gebruikt.
Standplaats en bodem
'Guizhou' groeit het best in de zon, in een voedzame bodem die voldoende vocht vasthoudt maar tegelijk goed doorlatend blijft. In tegenstelling tot veel andere bijvoetsoorten is deze cultivar minder geschikt voor arme, langdurig droge grond. Ook zware bodem waarin tijdens de winter water blijft staan, kan tot uitval leiden.
De bovengrondse delen sterven in de winter af. De verdroogde stengels kunnen in het najaar of tegen het einde van de winter tot aan de grond worden teruggeknipt.