- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ARTEMISIA ABSINTHIUM
- Vaste planten
Absintalsem (Artemisia absinthium) wordt vooral gekweekt om zijn fijn ingesneden, zilvergrijze blad. Bij aanraking verspreidt het loof een uitgesproken kruidige geur. De plant groeit breed en bossig en bereikt doorgaans een hoogte van ongeveer 60 tot 120 cm.
Van juli tot september verschijnen kleine, lichtgele bloemhoofdjes in losse pluimen. De bloei is vrij bescheiden; het blad bepaalt het grootste deel van de sierwaarde. In een zachte winter kan een deel van het loof behouden blijven, maar tijdens koud of nat winterweer sterven de bovengrondse delen vaak gedeeltelijk terug.
Artemisia absinthium verlangt een zonnige plaats en een goed doorlatende bodem. De soort verdraagt droge periodes goed zodra ze is ingeworteld en groeit ook op kalkhoudende grond. Langdurig natte, slecht doorlatende grond is minder geschikt en kan tijdens de winter tot uitval leiden.
Knip oude en beschadigde stengels in het vroege voorjaar terug. Een jaarlijkse terugsnoei bevordert een compactere groei. Absintalsem is historisch gebruikt om dranken te aromatiseren, maar door de zeer bittere inhoudsstoffen is dit geen kruid voor onbeperkt huishoudelijk of medicinaal gebruik.
Ja. Absintalsem verdraagt droge grond goed zodra de plant voldoende is ingeworteld. Een zonnige, warme plaats met een doorlatende bodem past het best. Op droge zandgrond is tijdens het eerste groeiseizoen nog geregeld water nodig om de beworteling op gang te brengen. Daarna is extra water vooral aangewezen bij langdurige droogte. Een voortdurend vochtige bodem is minder geschikt dan tijdelijke droogte.
Alleen wanneer de kleigrond voldoende afwatert. Vooral tijdens de winter verdraagt absintalsem geen langdurig natte bodem. Op zware, verdichte klei is een verhoogde plantplaats of verbetering van de bodemstructuur aangewezen. Meng geen dikke laag organisch materiaal in een slecht doorlatend plantgat, want daarin kan water blijven staan. Een zonnige plek met een luchtige, kalkhoudende bodem geeft doorgaans een betere groei.
Absintalsem is in België hoogstens gedeeltelijk wintergroen. Tijdens zachte winters kan een deel van het zilvergrijze blad aanwezig blijven. Na strenge vorst of langdurig nat weer sterven de bovengrondse delen vaak grotendeels terug. Dit betekent niet noodzakelijk dat de plant verloren is: vanuit de basis kan hij in het voorjaar opnieuw uitlopen. Een goed doorlatende standplaats verbetert de overwintering.
Snoei absintalsem bij voorkeur in het vroege voorjaar, zodra de strengste vorst voorbij is. Verwijder afgestorven en beschadigde stengels en knip de plant terug om een compacte, bossige hergroei te stimuleren. Een oudere plant die niet wordt teruggesnoeid, kan losser worden en aan de basis verhouten. Vermijd een sterke snoei laat in het najaar, omdat het oude loof de plant tijdens de winter enige bescherming geeft.
Absintalsem is historisch gebruikt als bittere smaakmaker in onder meer vermout en absint, maar het is geen gewoon keukenkruid voor royaal of regelmatig gebruik. Het blad bevat sterk bittere stoffen en onder andere thujon. Gebruik de plant daarom niet voor zelfgemaakte medicinale bereidingen of onbeperkte consumptie. Wie absintalsem culinair wil verwerken, moet rekening houden met de geldende gebruiksadviezen en de zeer krachtige smaak.