- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- CALAMAGROSTIS ARUNDINACEA (STIPA ARUNDINACEA, ANEM
- Siergrassen
Fijn siergras met warme bladverkleuring
De vermelding Stipa arundinacea verwijst naar het siergras dat botanisch als Anemanthele lessoniana wordt behandeld. Het vormt een losse pol van fijn, overhangend blad en wordt doorgaans ongeveer 60 tot 100 cm hoog. Vooral op een zonnige standplaats krijgt het groene blad gele, koperkleurige en oranjerode tinten.
Vanaf de zomer verschijnen luchtige bloeiwijzen boven het blad. De fijne halmen bewegen gemakkelijk in de wind en blijven in het najaar nog enige tijd decoratief.
Standplaats en verzorging
Dit siergras groeit in de zon tot halfschaduw. Een humusrijke maar goed doorlatende bodem is belangrijk, want langdurig natte grond tijdens de winter verhoogt de kans op uitval. Op een beschutte plaats blijft het blad tijdens zachte winters gedeeltelijk behouden; strengere vorst kan bladschade veroorzaken.
Knip de plant niet preventief volledig terug in het najaar. Verwijder in het voorjaar eerst voorzichtig het verdroogde blad. Alleen bij duidelijke winterschade kan het beschadigde loof verder worden teruggenomen.
Nee. De namen worden in de handel soms door elkaar gebruikt, maar botanisch gaat het niet om dezelfde soort. Stipa arundinacea is een oudere naam voor Anemanthele lessoniana, een fijn, overhangend siergras met koperkleurige bladtonen. Calamagrostis arundinacea is een afzonderlijke grassoort. De combinatie van Stipa en Anemanthele in deze productnaam wijst erop dat hier Anemanthele lessoniana wordt bedoeld.
Het blad kan tijdens zachte winters gedeeltelijk behouden blijven, maar dit is in België niet gegarandeerd. Vorst, koude wind en langdurig natte grond kunnen het loof bruin maken of beschadigen. Op een beschutte plaats en in een goed doorlatende bodem is de kans op een goed winterbeeld het grootst. Verwijder beschadigd blad pas in het voorjaar, wanneer duidelijk zichtbaar is welke delen nog leven.
Op een zonnige standplaats ontwikkelt het fijne blad doorgaans de duidelijkste gele, koperkleurige en oranjerode tinten. In halfschaduw blijft de plant meestal groener. De bodem moet voldoende doorlatend zijn, zeker tijdens de winter. Een standplaats met ochtend- of avondzon is bruikbaar wanneer de grond in de volle zon snel uitdroogt, maar diepe schaduw is minder geschikt voor een compacte groei en uitgesproken verkleuring.
Langdurig natte wintergrond wordt slecht verdragen. Vooral de combinatie van koude en stilstaand vocht kan wortelproblemen en uitval veroorzaken. Plant het gras daarom in een bodem waar overtollig water vlot wegzakt. Op zware kleigrond kan een verhoogde plantplaats of verbetering van de bodemstructuur nodig zijn. Een gelijkmatig vochtige bodem tijdens het groeiseizoen is minder problematisch zolang er voldoende drainage aanwezig is.
Nee. Dit gras wordt niet op dezelfde manier behandeld als volledig bladverliezende siergrassen. Trek of kam in het voorjaar eerst voorzichtig het losse, verdroogde blad uit de pol. Knip alleen duidelijk beschadigde delen terug. Volledig terugsnoeien is vooral aangewezen wanneer het loof na een strenge winter grotendeels afgestorven is. Wacht daarmee tot de zwaarste vorst voorbij is en nieuwe groei zichtbaar wordt.