- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- ACHILLEA PTARMICA 'NANA COMPACTA'
- Bodembedekkers
Wilde bertram (Achillea ptarmica 'Nana Compacta') is een compacte cultivar die doorgaans ongeveer 20 tot 30 cm hoog wordt. De plant breidt zich geleidelijk uit met korte wortelstokken en vormt zo een lage, gesloten begroeiing. Hij is daardoor bruikbaar langs een border of in kleinere groepen.
De witte, knoopvormige bloemhoofdjes verschijnen vanaf juni of juli en kunnen tot in september aanwezig blijven. Ze staan boven het groene blad en zijn geschikt om in kleine boeketten te verwerken. De plant is bladverliezend en trekt zich tijdens de winter bovengronds terug.
Standplaats en bodem
Deze cultivar groeit in de zon en verdraagt ook halfschaduw. In tegenstelling tot veel andere duizendbladsoorten verlangt hij geen uitgesproken droge bodem. Een humusrijke, vochthoudende maar voldoende doorlatende grond geeft de beste groei en bloei.
Ook op zwaardere grond kan wilde bertram groeien, zolang overtollig water voldoende weg kan. Langdurig uitdrogen is minder geschikt, vooral tijdens de vestigingsperiode. De compacte groei blijft het duidelijkst op een standplaats met voldoende licht.
'Nana Compacta' blijft met ongeveer 20 tot 30 cm duidelijk lager dan veel andere duizendbladsoorten. De cultivar draagt kleine, witte, knoopvormige bloemhoofdjes in plaats van de brede, vlakke bloemtuilen die bij veel Achillea-cultivars voorkomen. Ook de bodemvoorkeur verschilt: wilde bertram groeit beter in vochthoudende grond en verdraagt halfschaduw. Uitgesproken droge, schrale standplaatsen zijn voor deze cultivar minder geschikt.
Ja. Deze wilde bertram verdraagt halfschaduw beter dan veel andere duizendbladsoorten. Voor een compacte groei en een goede bloei blijft voldoende licht belangrijk. Een plaats met enkele uren zon per dag is daarom geschikter dan diepe schaduw. In halfschaduw droogt de bodem doorgaans minder snel uit, wat aansluit bij de voorkeur van deze cultivar voor een gelijkmatig vochthoudende grond.
Niet voor een blijvend droge standplaats. Deze cultivar verkiest een humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar niet langdurig nat blijft. Een gevestigde plant kan een korte droge periode doorstaan, maar aanhoudende zomerdroogte remt de groei en bloei. Op lichte zandgrond helpt organisch materiaal om het vocht beter vast te houden. Tijdens het eerste groeiseizoen is regelmatig water geven belangrijk.
De cultivar breidt zich uit met korte, halfkruipende wortelstokken en kan na verloop van tijd een lage groep vormen. Hij groeit compacter en minder sterk dan de wilde soort, maar blijft niet altijd strikt op dezelfde plaats. Controleer bij kleine borders af en toe de rand van de plantgroep. Uitlopers die buiten de gewenste ruimte verschijnen, kunnen eenvoudig worden afgestoken en verwijderd of opnieuw geplant.
Deze wilde bertram verdraagt zwaardere grond beter dan veel droogteminnende Achillea-soorten. De bodem moet wel voldoende doorlatend blijven, want langdurig stilstaand winterwater kan wortelproblemen veroorzaken. Op verdichte klei is het aangewezen de grond vóór het planten los te maken en met organisch materiaal te verbeteren. Een vochthoudende klei- of leembodem zonder blijvende waterverzadiging is doorgaans geschikt.