- Alle Produkte
- Fruitplanten
- Fruitbomen
- Abrikozenbomen
- ABRIKOZE PECHE DE NANCY HALBSTAM
- Abrikozenbomen
Abrikoos (Prunus armeniaca) 'Pêche de Nancy' vormt grote, oranje vruchten met een rode blos aan de zonzijde. Het vruchtvlees is zoet, sappig en fijn aromatisch. De abrikozen rijpen doorgaans in augustus en zijn geschikt als handfruit, maar ook voor confituur, compote en gebak.
Deze oude cultivar is zelfbestuivend, zodat één boom vruchten kan dragen. De vroege bloei blijft wel gevoelig voor nachtvorst. Een zonnige, warme en beschutte standplaats verkleint het risico op beschadigde bloemen en helpt het hout en de vruchten goed afrijpen.
'Pêche de Nancy' groeit het best in een luchtige, goed doorlatende bodem. Kalk wordt doorgaans verdragen, maar langdurig natte of sterk verdichte grond is ongeschikt. Vooral in de winter moet overtollig water vlot kunnen wegzakken.
Deze productvorm heeft een kale stam van ongeveer 1,20 tot 1,30 m, met daarboven de kroon. De uiteindelijke boomgrootte hangt mede af van de gebruikte onderstam en de groeiomstandigheden. Snoei abrikozen beperkt en bij voorkeur tijdens droog zomerweer of kort na de oogst; zware wintersnoei verhoogt de kans op aantastingen.
Ja. 'Pêche de Nancy' is zelfbestuivend en kan dus zonder een tweede abrikozenras vruchten vormen. De opbrengst blijft afhankelijk van het weer tijdens de bloei. Lage temperaturen, regen en nachtvorst kunnen de bestuiving en vruchtzetting beperken, ook wanneer de boom voldoende bloemen draagt. Een warme, beschutte plaats met voldoende activiteit van bestuivende insecten geeft daarom de beste kans op een regelmatige oogst.
De vruchten worden in België doorgaans in augustus plukrijp. Het juiste tijdstip verschilt volgens standplaats en zomerweer. Een rijpe vrucht krijgt een duidelijke oranje kleur, voelt licht meegevend aan en laat zich zonder hard trekken plukken. Abrikozen die volledig aan de boom rijpen, ontwikkelen het meeste aroma maar zijn minder lang houdbaar. Pluk daarom in meerdere beurten en verwerk zachte vruchten snel.
Ja, mits de boom een zonnige, warme en beschutte standplaats krijgt. Niet alleen winterkou, maar vooral nachtvorst tijdens de vroege bloei vormt een risico. Een plek uit koude luchtstromen, bijvoorbeeld bij een zuidgerichte muur, kan de vruchtzetting verbeteren. Vermijd laaggelegen plaatsen waar koude lucht blijft hangen. Ook een goed doorlatende bodem is belangrijk, omdat natte wintergrond de boom gevoeliger maakt voor wortel- en houtproblemen.
Deze abrikoos verlangt een luchtige en goed doorlatende bodem. Een neutrale tot kalkhoudende grond wordt doorgaans verdragen, zolang water niet rond de wortels blijft staan. Zware kleigrond moet voldoende structuur en afwatering hebben; een blijvend natte of verdichte bodem is ongeschikt. Geef jonge bomen water tijdens droge perioden, maar vermijd voortdurend natte grond. Een zonnige bodem die in het voorjaar snel opwarmt, ondersteunt de groei en vruchtrijping.
Snoei een abrikozenboom bij voorkeur beperkt, tijdens droog zomerweer of kort na de oogst. Wonden sluiten dan sneller dan in de winter en het risico op houtaantastingen is kleiner. Verwijder dood, beschadigd en kruisend hout en dun een te dichte kroon voorzichtig uit. Vermijd zware snoei en grote wonden. De halfstamvorm bepaalt alleen de stamhoogte; de kroon vraagt dezelfde terughoudende snoei als andere vormen van dit ras.